Borstverkleining

borstverkleining-borstversteviging

 

Wat zijn de belangrijkste methoden van borstverkleining?

De borstverkleining wordt ook borstreductie genoemd en is in de medische wereld beter bekend als mammareductie of mammareductieplastiek. Er bestaan vele methoden van borstverkleining welke kunnen worden samengevoegd in de volgende categorieën:

  • Borstverkleining via de ankermethode
  • Borstverkleining via de sleutelgatmethode
  • Borstverkleining met periareolaire incisie (een reductie is slechts in beperkte mate mogelijk)
  • Borstreductie met inwendige fixatie (=inwendige bh)

 

Hoe gaat een borstverkleining in zijn werk?

Minimaal twee weken voorafgaand aan een borstverkleining moet er met het roken worden gestopt om het risico van problemen bij de wondgenezing te minimaliseren. De ingreep vindt plaats onder algehele anesthesie en duurt ongeveer 2 uur. De incisieomvang is afhankelijk van de hoeveelheid te verwijderen weefsel. Afhankelijk van de omvang van de borstverkleining moet er rekening worden gehouden met minimaal een overnachting in het ziekenhuis.

Belangrijkste redenen voor een borstverkleining

Borstverkleining of borstreductie wordt geassocieerd met het medisch begrip macromastie, de benaming voor te grote borsten. De macromastie behoort tot de categorie borstafwijkingen.

Vele vrouwen hebben last van te grote borsten. Zij hebben vaak het gevoel aangestaard te worden door andere mensen vanwege de exorbitante grootte van hun borsten. Dit resultaat vaak in een onbewuste gekromde houding van het thoracale gedeelte van de wervelkolom om de boezem trachten te verbergen. Een andere belangrijke reden is dat de patiënten met de wens voor een borstverkleining veelal een reeks van symptomen aangeven die het resultaat zijn te zware borsten. Zo geven zij veelal aan dat zij last hebben van rug- en nekpijn. In dit opzicht ervaart ongeveer 80% van de vrouwen direct na de borstverkleining een duidelijke verlichting van de klachten. Door het gewicht trekken de schouders samen. In de plooi van de onderborst kunnen zich maceraties (intertrigo) en schimmelinfecties vormen, in het bijzonder tijdens de zomermaanden. De slechte houding, veroorzaakt door het gewicht, kan leiden tot slijtageverschijnselen aan het thoracale en halsgedeelte van de wervelkolom. Sporten is haast niet meer mogelijk. Het vinden van juiste kledingmaat is eveneens een uitdaging.

De conservatieve behandeling is bij grote borsten zinloos, aangezien door fysieke maatregelen en psychotherapie het eigenlijke probleem, het zware gewicht van de borsten, niet wordt weggenomen. Dat kan uitsluitend worden bereikt via een borstverkleining. Zelfs bij een bestaande halswervelkolomsyndroom of pijn a.g.v. een borstwervelkolomsyndroom kan men via een borstverkleining het gewicht verlagen en daarmee de belasting verminderen en een verdere slijtage vertragen.

Bij overgewicht is het gewenst dat de patiënt voorafgaand aan een borstverkleining via een chirurgische ingreep zich inzet om af te vallen, daar bij sommige vrouwen een bovengemiddeld gewichtsverlies de borsten zichtbaar in volume kunnen afnemen. Als gevolg van de gewichtsafname is een borstverkleining overbodig. In deze situatie is het in vele gevallen gewenst om het ontstane huidoverschot te corrigeren via een borstlift.

De overmatig grote borst bij mannen wordt gynaecomastie genannt. In deze situatie wordt de borstverkleining normaal gesproken uitgevoerd met behulp van liposuctie en/of een kleine incisie. Slechts in uitzonderingssituaties is het noodzakelijk de borstverkleining uit te voeren zoals dat bij vrouw gebruikelijk is.

Wat gebeurt er bij een borstverkleining?

Bij de borstverkleining worden zowel borstklier- en vetweefsel als huid verwijderd. Het tepelhof wordt omsneden en zodoende verkleind. Vervolgens moet het tepelhof naar boven worden verplaatst. Daarvoor bestaan er talrijke verschillende technieken en incisies. Het is niet mogelijk zonder hechtingen te opereren! Men kan wel trachten het aantal hechtingen te verminderen en deze zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. De littekenarme technieken hebben echter hun beperkingen. De standaardprincipes van borstverkleining worden hieronder toegelicht:

 

Welke incisietypen zijn er mogelijk bij een borstreductie?

In de literatuur zijn vele technieken te vinden ten aanzien van de borstreductie. Zij verschillen slechts in beperkte mate van elkaar. De fundamentele basistechnieken laten zich met de ankermethode, sleutelgatmethode en L-incisiemethode goed beschrijven en zijn op gelijkwaardige wijze toe te passen als de technieken voor een borstlift.

 

De T-vormige incisie wordt ook een ankerincisie genoemd.
Afbeeldingen: De linkerafbeelding geeft het gebied van de tepelhofhuid weer dat wordt verwijderd bij een borstverkleining via de ankermethode. De rechterafbeelding is een weergave van de littekenlijn.

Incisieomvang bij een borstverkleining via de ankermethode. Littekenlijn na een borstverkleining via de ankermethode.

De borstverkleining via de ankermethode is de meest toegepaste incisietechniek bij borstverkleiningen. Het litteken dat bij deze ingreep achterblijft, loopt rondom het tepelhof, vanaf het tepelhof in een verticale lijn naar de plooi van de onderborst en loopt over in de lengte van deze plooi. Het heeft daarmee de vorm van een anker. Bij deze borstverkleinende techniek is het mogelijk zowel in horizontale als in verticale richting grote hoeveelheden huid te verwijderen. Hierdoor is zelfs bij grotere en/of verslapte borsten een goed eindresultaat te verwachten zonder onregelmatige oppervlakken of huidplooien.

Het eindresultaat is relatief snel zichtbaar in vergelijking met bijvoorbeeld een borstverkleining via de sleutelgatmethode, omdat er niet gewacht hoeft te worden opdat het enigszins langdurige proces van litteken- en huidcontractie is voltooid. Deze techniek heeft echter een lange, blijvende littekenlijn als resultaat. Om deze reden wordt deze techniek, indien mogelijk, niet bij vrouwen toegepast die een verhoogde neiging vertonen voor opgezet littekenvorming (hypertrofische littekens of keloïden).

 

De sleutelgatmethode is een littekenarme procedure.
Afbeeldingen: In de linkerafbeelding is het gebied van de tepelhofhuid gemarkeerd dat wordt verwijderd bij een borstverkleining via de sleutelgatmethode. De rechterafbeelding is een weergave van de littekenlijn bij een borstverkleining via de sleutelgatmethode.

Incisieomvang bij een borstverkleining via de sleutelgatmethode. Littekenlijn na een mammareductie via de sleutelgatmethode.

De borstverkleining via de sleutelgatmethode behoort tot de littekenarme technieken. Het litteken loopt rondom het tepelhof en vanaf het tepelhof in een verticale lijn naar de borstplooi. In de plooi van de onderborst wordt geen incisie aangelegd. Daardoor is de afstand van de tepel tot aan de plooi in de onderborst en het aldaar aanwezige huidoverschot echter te groot. Om deze reden wordt de huid in deze zone gescheiden van het vetweefsel, zodat er een betere huidcontractie kan worden behaald. Bovendien wordt de verticale lijn van het litteken als tabakzakhechting aangelegd om de afstand van de tepel tot aan de borstplooi te verminderen. Er ontstaan op deze manier kleine huidplooien die na verloop van tijd verdwijnen als gevolg van huidcontractie.

Bij deze techniek is de mate van huidcontractietendens van belang. Huidcontractie verloopt vloeiend bij personen van jongere leeftijd. Het verloopt eveneens bijzonder goed in combinatie met een kleinere borstverkleining of borstlift. Mocht echter de huidkwaliteit niet meer optimaal zijn, dan zal de huidcontractie niet in de gewenste mate plaatshebben. Dat geldt ook voor een grotere borstverkleining. In dergelijke situaties zullen de kleine huidplooien in de zone van de verticale hechting blijvend zichtbaar blijven. De afstand tussen de tepel en de borstplooi wordt weer groter en de borst hangt slap. Er zullen mogelijk vervolgoperaties worden gepland en via een litteken in de plooi van de onderborst kunnen er mooie resultaten worden behaald. De beslissing voor een vervolgoperatie wordt normaal gesproken 6 maanden na afloop van de borstverkleining genomen. Na afloop van deze periode zal de diagnose niet meer noemenswaardig worden gewijzigd.

Het is mogelijk de waarschijnlijkheid van een correctieve chirurgische ingreep te verkleinen. Indien het horizontale huidoverschot groter is dan verwacht, dan kan men dat minimaliseren met behulp van een incisieverbreding in de plooi van de onderborst. Het resultaat is dan een "kleine T-incisie".

 

Wat is de L-vormige incisiemethode?
De borstverkleining met een L-vormig litteken is vergelijkbaar met de borstreductie via de sleutelgatmethode. Om het hierboven beschreven huidoverschot, in de horizontale richting, enigszins te verminderen, wordt de incisie in de borstplooi aan de buitenkant van de borst te liggen. Steeds vaker wordt echter de "kleine T-incisie" toegepast, omdat men op die wijze het centrale huidoverschot beter kan corrigeren.

Wat verstaat men onder de borstverkleining met een inwendige bh?

Om de borst meer stabiliteit te bieden en het verstevigend effect, ook bij een borstreductie, langer "houdbaar" te houden, bestaan er diverse technieken waarbij één of meerdere klieren uit de diepe huidlaag (dermis) en/of het vetweefsel en de borsteigen klieren van de borst worden opgebouwd. Deze melkklieren worden aan het membraanvezel van de borstspier bevestigd of aan een vaste membraanlaag in het vetweefsel (fascia van Scarpa). Daarbij behoort het vormgeven van de borst eveneens tot de mogelijkheden. De vet- resp. kliervezels werken dan als een lichaamseigen implantaat en voorzien de borst van een betere vorm. Het doel van deze vorm van borstreductie met inwendige bh is om het zwaartepunt van de borst van de huid en het huidlitteken weg te nemen en zo een spanningsloze wondsluiting mogelijk te maken en het opnieuw verslappen van de borst te voorkomen of te vertragen.

Wanneer voert men een liposuctie uit bij een borstverkleining?

Liposuctie speelt met betrekking tot de borstverkleining geen bijzondere rol bij vrouwen die een borstverkleining willen. De reden daarvoor ligt voor de hand. Het is weliswaar zo dat het gewicht van de borst via liposuctie wordt verminderd, maar dat geldt niet voor de huidmantel. Het resultaat van een ingreep met uitsluitend liposuctie is dat de borst ernstig wordt verslapt.

Daarentegen kan een liposuctie in combinatie met een borstverkleining wel een interessante optie zijn. Grotere borsten hebben veelal een bredere basis, wat betekent dat de borstbasis loopt tot aan de oksel. Deze bredere basis is bij de eerste chirurgische ingreep enkel via een bijzonder lange incisie in de plooi van de onderborst te corrigeren. In deze situatie komt de liposuctie in beeld. Met behulp van een liposuctie kan men weefsel van de bredere borstbasis afzuigen. Deze kan tijdens de eerste chirurgische ingreep plaatshebben of tijdens de tweede (na 6-12 maanden). Op deze manier is het mogelijk het borstvolume te verminderen zonder de incisie te moeten verlengen.

Borsttepelcomplex = borsttepel + tepelhof

Het borsttepelcomplex wordt bij de borstverkleining en de borstlift enigszins aangepast. Zij wordt namelijk verkleind en naar boven verplaatst. Bij een niet al te grote verschuiving naar boven wordt deze ingreep via een huidsteel uitgevoerd, waardoor de doorbloeding van het tepelhof wordt gewaarborgd. Indien deze te lang is, geknikt of te hard wordt ingedrukt, kan de doorbloeding ernstig worden aangetast. Het tepelhof wordt bleek (slechte bloedtoevoer) of blauw (slechte bloedafvoer). Kan de doorbloeding niet worden verbeterd, dan behoort het afsterven, meestal slechts een deel, van het borsttepelcomplex tot de mogelijkheden. Dat betekent een langer durend genezingsproces, afhankelijk van de afgestorven weefselhoeveelheid. Dit is vandaag de dag, zelfs bij een omvangrijkere borstverkleining, uiterst zeldzaam.

In extreme situaties, wanneer de tepel met meer dan 10cm moet worden verplaatst, moet tevens de mogelijkheid van een transplantatie van het borsttepelcomplex in het adviesgesprek worden besproken. Dat houdt in dat het tepelhof in zijn geheel wordt verwijderd en vervolgens in zijn nieuwe bed wordt vastgenaaid. Een fixatie met drukverband gedurende de eerste 5-7 dagen is essentieel voor een dergelijk type huidtransplantatie, en draagt bij aan het ingroeien van het tepelcomplex. Of de transplantatie is gelukt, kan pas na ca. 1-2 weken worden vastgesteld.

Vandaag de dag mogen transplantaties van borsttepelcomplexen tijdens borstverkleiningen uitsluitend nog in uitzonderlijke situaties worden uitgevoerd.

Is het nodig om voor een borstverkleining een mammografie te laten uitvoeren?

Voorafgaand aan de geplande borstversteviging dienen vrouwen, ouder dan de leeftijdscategorie 35-40 jaar, een mammografie te ondergaan om bij verdachte bevindingen passend te kunnen reageren. Tevens wordt een mammografie aangeraden 12 maanden na afloop van de borstverkleining. De radioloog is zodoende reeds op de hoogte van de uitgangspunten en kan latere veranderingen beter vergelijken en classificeren. Na deze chirurgische ingreep wordt er geen invloed uitgeoefend op een toename of afname van het risico van borstkanker. Voorzorgsmaatregelen omtrent borstkanker blijven vanzelfsprekend noodzakelijk, ook na een borstverkleining.

 

Borstverslapping na de borstverkleining

Ook na de borstverkleining blijven de borsten blootgesteld aan het natuurlijke verouderingsproces en zullen zij na verloop van tijd verslappen. Aangezien het gewicht reeds is gereduceerd, en daardoor de huid minder wordt belast, treedt het verslappen van de borsten pas op een later tijdstip op en verloopt het proces langzamer dan dat van borsten die geen borstverkleining hebben ondergaan.

 

De nabehandeling bij de borstreductie.

  • Drainage
    Aan het einde van de chirurgische ingreep worden twee afzuigdrainages (= drainage van Redon) aangebracht, die na 1-5 dagen kunnen worden verwijderd.
  • Compressie
    Gedurende de eerste 24 uur na de borstverkleining is het belangrijk dat de patiënt stil ligt, zodat een klein bloedvat, dat is onderbroken of afgebonden, niet opnieuw openspringt. Aanvullend wordt voor de nacht een compressieverband aangelegd om de kans daarop te verminderen.
  • Douchen
    Bij toepassing van een waterdicht verband is het toegestaan dat de patiënt zich voorzichtig kan douchen. Dat kan pas nadat de drainages zijn verwijderd. In de periode daaraan voorafgaand moet het verband droog blijven.
  • Hechtdraden
    Aan de oploshechtingen mag niet worden getrokken. De niet-oploshechtdraden worden 10-14 dagen na de ingreep verwijderd.
  • BH
    Het gebruik van de BH wordt in de regel aanbevolen voor een periode van 4-6 weken.
  • Heraangroei van borstklierweefsel
    Voor het uiterst zelden voorkomen van heraangroei van borstklierweefsel na een borstverkleining wordt verwezen naar de literatuur. Dit fenomeen wordt overwegend waargenomen bij jonge vrouwen of onder invloed van hormonen als gevolg van zwangerschappen.
  • Sporten
    Na een borstverkleining wordt normaal gesproken het sporten voor een periode van 6 weken ontraden. Dit advies raakt in het bijzonder de sporten waarbij sterke meebewegingen van de schoudergordels en borstkorven te verwachten is. Lichtere sportvormen mogen reeds 1-2 weken eerder uitgeoefend worden.
  • Slapen op de buik
    Op de buik slapen is niet eerder dan 7 weken na de ingreep toegestaan.

Kan er borstverslapping optreden na een borstverkleining?

Een gezegde onder chirurgen zegt dat er 2 typen chirurgen zijn waarbij het woord complicatie niet in hun woordenboek voorkomt:
de ene chirurg opereert niet en de andere liegt.

Uw plastisch chirurg dient u uitvoerig van de mogelijke complicaties en waarschuwingen te informeren,
zodat zij snel worden waargenomen en adequaat worden behandeld om erger te voorkomen.

Hieronder volgt een korte beschrijving van de belangrijkste complicaties die kunnen optreden bij een borstverkleining:

  • Postoperatieve zwellingen
    Na de borstverkleining is een zekere mate van postoperatieve zwellingen (ook dwars) normaal. Zij kunnen als gevolg van kleinere bloed- of lymfevloeistofuitstortingen sterker tot uitdrukking komen. Postoperatief zijn ook enige verhardingen normale verschijnselen. Deze veranderingen verbeteren zich zienderogen in de eerste postoperatieve weken.
  • Bloeduitstortingen
    Bij de operatie ontstaan grote wondoppervlakken. Het is daarom uiterst belangrijk een accurate bloedstollingfunctie tot stand te brengen. Met de daaropvolgende compressie en het inbrengen van drainages zijn grotere bloeduitstortingen zeldzaam bij patiënten zonder stollingsstoornissen. Kleinere hematomen kan het lichaam zelfstandig afbouwen, grotere benodigen zo nodig een operatieve verwijdering.
  • Bloedingen
    Bloedingen komen in de regel niet voor vanwege een zorgvuldige controle van de bloedstollingfunctie en een afsluitende compressie. De bij onderdeel bloeduitstortingen beschreven onderwerpen zijn ook hier van toepassing. Ook door het te vroeg verwijderen van de drainages na afloop van de borstverkleining kunnen verkleefde bloedvaten openspringen en opnieuw gaan bloeden.
  • Littekenvorming na de borstversteviging
    De vorming van de zogenoemde hypertrofische littekens (of in het ergste geval, keloïden) kan incidenteel optreden bij mensen met een aanleg voor problemen bij littekenvorming. Deze zijn met speciale zalven en eventueel met cortisone injecties min of meer te behandelen. Indien een verstoring van de littekenvorming bekend is, moet de mate van de ernst van de verstoring zorgvuldig worden gewogen bij de beslissing voor het al dan niet uitvoeren van een borstverkleining.
  • Infecties
    Het infectierisico dient te worden gereduceerd door uiterst steriele werkomstandigheden en eventueel met een antibioticaprofylaxe. Dit geldt in het bijzonder als er intraoperatieve cysten worden aangetroffen.
  • Dog-ears (hondenoren)
    Aan beide uiteinden van de horizontale incisie ontstaat er een huidoverschot. Hoe extremer de diagnosis, des te omvangrijker de borstverkleining en des te groter het volume aan huidoverschot. Zij lijken op kleine hondenoren, vandaar de naam dog-ears. Een enkele maal is het verwijderen van deze overtollige huid bij de heupen nodig om een overmatige verbreding van de littekens te verhinderen. Deze ingreep is onderdeel van de borstversteviging en wordt terughoudend toegepast. Met bepaalde hechtingtechnieken kan men deze overtollige huid verminderen. Men zet daarbij in op zij binnen 3-6 maanden vervlakken en vervolgens niet meer zichtbaar zijn. Als het gewenste effect niet toereikend is, dan is het mogelijk een kleine correctie uit te voeren onder plaatselijke verdoving.
  • Huidgevoeligheid in de tepel na de borstverkleining
    Een verslechtering van de huidgevoeligheid of gevoelloosheid van de tepels ligt in de lijn van de verwachting, aangezien vooral de afferente kleine huidzenuwen grotendeels zullen zijn doorgesneden. Toch is het gevoel in de tepels bij vele patiënten na de chirurgische ingreep nog opvallend goed. Een volledige gevoelloosheid van de tepels na de borstverkleinende chirurgische ingreep behoort echter tot de mogelijkheden. Dat geldt in het bijzonder bij diagnoses waarbij de tepels meer dan 10cm moeten worden verschoven.
  • Gevoelige zone
    Zoals ook bij de borstlift en de buikwandcorrectie is beschreven, bestaat er ook bij de borstverkleining de zogenoemde "gevoelige zone". Het heeft betrekking op de positie op de plooi van de onderborst waar de verticale en de horizontale incisie bij elkaar komen in het geval van de borstverkleining via de ankermethode. Hier wordt de doorbloeding verminderd door het feit dat drie huidklieren elkaar treffen en er bovendien meer spanning op de hechting wordt gelegd. Om deze reden komen vertragingen in de wondgenezing hier veelvoudig voor. Bovendien kan het litteken breder worden dan bij andere posities van de hechting. Een kleine littekencorrectie, indien het litteken is genezen, kan men na afloop van ca. 6 maanden deze correctie uitvoeren met behulp van plaatselijke verdoving.
  • Openscheuren van de wond / hechting
    Bij teveel spanning en teveel beweging van de borstkorf kan de hechting overbelast worden en scheuren. Om deze reden moet men vooral tijdens de eerste week na de borstverkleining goed voor zichzelf zorgen. In het bijzonder armbewegingen boven het hoofd moeten gedurende meerdere weken na de ingreep worden vermeden.
  • Afsterven van weefsel
    Vooral bij zware rokers en bij extreme borstafmetingen bestaat de mogelijkheid dat de tepelhuiddoorbloeding niet afdoende is. Het is mogelijk dat een gedeelte van de tepel of de gehele tepel afsterft. Men kan echter tijdens de chirurgische ingreep de situatie van de doorbloeding inschatten. In het geval dit niet toereikend is, kan men opteren voor een transplantatie van de tepel of het tepelhof. Deze transplantatie wordt in de meeste gevallen voldoende geaccepteerd. Maar het huidgevoel is volledig verstoord, d.w.z. de tepels zijn blijvend gevoelloos. Om de doorbloeding niet nog verder negatief te beïnvloeden is het belangrijk om voorafgaand en na afloop van de borstverkleining het roken te vermijden.
  • Lymfevloeistofuitstortingen = seroom
    Bij een borstverkleining ontstaan relatief grote wondoppervlakken, die op basis van individuele tendensen lymfevloeistof kunnen produceren. Meestal komt het niet tot noemenswaardige veranderingen. Soms ontstaan er kleine en middelgrote seromen die zich na verloop van tijd vanzelf oplossen. De grotere lymfevloeistofuitstortingen moeten soms met een injectiespuit worden gedraineerd.
  • Cosmetisch onbevredigend resultaat
    Als onderdeel een effectief adviesgesprek dienen de verwachtingen van de patiënt en het mogelijke chirurgische resultaat duidelijk te worden behandeld om teleurstellingen te voorkomen. In geval van asymmetrieën, suboptimale littekengenezing, etc. is het mogelijk deze te verhelpen met behulp van correctiechirurgie.
  • Trombose en embolie na de borstverkleining
    Een trombose-profylaxe met heparine, en steunkousen worden aangeraden.
  • Het risico van narcose / verdoving wordt hier niet besproken.

Bijgewerkt op 05.02.2014

  • Plastic Surgery – Mathes – 8 Volumes - Saunders; oplage: uitgave - 2005
  • Plastic Surgery - Grabb & Smith - Lippinkott Williams & Wilkins - Philadelphia USA – 2007
  • Plastische Chirurgie – Krupp - Ecomed – 2008 - (ringbanduitvoering)
  • Ästhetische Chirurgie – Lemperle, von Heimburg – Ecomed – 2008 – (ringbanduitvoering)
  • Plastische Chirurgie – Berger, Hierner - Springer – Band 3: Mamma, Stamm - Berlin 2006